Wat kebab mij leerde over samenleven - OPHEF
15656
post-template-default,single,single-post,postid-15656,single-format-standard,ajax_leftright,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Wat kebab mij leerde over samenleven

(Dit artikel verscheen in Demorgen 14/10/2016)

Döner kebab wordt ondergewaardeerd. Het broodje met vlees van twijfelachtige afkomst, vettige saus en wat sla (om het schuldgevoel van de eter te compenseren) is probleemloos ingeburgerd geraakt in onze samenleving. Geliefd door mensen met verschillende etniciteiten, achtergronden en sociale klassen. Het is goedkoop, lekker en snel. Je kan zonder twijfel zeggen dat Döner kebab een succesvol product is van een mislukt verstandshuwelijk.

Döner kebab is een uitvinding van een arbeidsmigrant uit Berlijn. Je weet wel, een van die grote groep Marokkaanse en Turkse arbeiders die maar even gingen blijven maar uiteindelijk nooit meer weggingen. Een tijdelijk huwelijk waarvan beide partijen de vruchten zouden plukken. Die bilaterale overeenkomst tussen Marokko/Turkije en België is 50 jaar later uitgedraaid op een mislukt verstandshuwelijk.
Mijn ouders en grootouders werden nooit gezien als volwaardige landgenoten en beschouwden zichzelf ook niet als Belg. Mijn generatie is de eerste die vanaf de geboorte opgroeit met het idee in België te blijven. Het is dan ook oneerlijk om te wijzen naar wat de moslim- of migrantengemeenschap in het verleden al verwezenlijkt heeft in Vlaanderen. Desondanks zijn er ontelbaar rolmodellen die in deze moeilijke omstandigheden kansen hebben gekregen en ook hard gevochten hebben om deze te grijpen. Moeten we daarom problemen ontkennen of onder de mat schuiven? Natuurlijk niet, ik ben de eerste om kritisch te kijken naar de eigen gemeenschap.
De moslimgemeenschap heeft veel uitdagingen voor de boeg. Nog te veel jongeren komen in de criminaliteit terecht; er zijn klootzakken die hun vrouw onderdrukken en mishandelen; wij zitten met jongeren die een extremistische visie van islam belijden en er zijn nog te veel viswinkels en kappers op de Turnhoutsebaan in Antwerpen. Maar moeten moslims nu echt voor al deze zaken aan zelfkastijding doen? Ook omgekeerd, is het allemaal de schuld van racisten? Kunnen we stoppen met te kibbelen over wiens schuld het nu is en als één gemeenschap samen onze schouders onder één maatschappelijke project zetten?
Er is nu een nieuwe generatie moslims die nog mondiger is, nog harder studeert, meer hogere diploma’s haalt en succesvol onderneemt. Zij werken allemaal op hun manier aan een betere samenleving. We moeten stoppen met steeds opnieuw met de vinger te wijzen naar elkaar en focussen op hoe we samenleven elke dag opnieuw iets aangenamer kunnen maken.
Pseudo-wetenschappelijke peilingen en sociale experimenten op televisie waarin men tracht een vooringenomen stelling te bewijzen, doen ons collectief maatschappelijk project geen goed. Ik geloof echt niet dat alle blanke zestigplussers racisten zijn. Ik geloof evenmin dat twintig procent van de moslims een heimelijke IS-sympathisant is. De beelden en cijfers zijn zeker verontrustend, maar de waarheid zal genuanceerder zijn dan wat ze ons proberen wijs te maken.
Nee doe mij maar een volwaardig huwelijk. Een relatie tussen partners die elkaar respecteren en over elkaars gebreken heen kunnen kijken. Een beetje zoals mijn kebabrelatie. Kebab is ongezond, louche en vettig, maar mijn liefde voor de Turkse snack is te groot om mij ervan te weerhouden regelmatig met volle teugen te genieten.